| Tegenwoordig doorbreken we alle taboe’s als het gaat om seks en vooral om het praten over seks. Toch zijn er nog een aantal mensen die zich schamen om het hierover te hebben. Zij noemen het “beestje liever niet bij het naampje”. Dit heeft ertoe geleid dat er al eeuwenlang alternatieve woorden verzonnen worden die slaan op alles wat met seksualiteit te maken heeft. Hier zijn nogal wat krankzinnige hilarische termen uit voortgekomen. Een gedeelte van de alternatieven heeft in het dagelijks leven een heel andere betekenis.
Een aantal woorden wordt voornamelijk als scheldwoord gebruikt. Neem deze woorden vooral niet te serieus op, maar lees ze met een gekke bek. Hieronder is een overzicht gemaakt, waarbij de opvallendste benamingen zijn uitgekozen. (Ga dus niet op zoek naar andere termen die er niet bijstaan, want dit is puur een selectie):
- Masturbatie: achtjes draaien, de paus pesten, doe-het-zelven, EHBG (eerste hulp bij geilheid), eigen hulp, handwerk, deelnemen aan de handwerkervriendenkring, Kapelaan maken, meester beer opbellen, paalwalsen, solo polo, vrijen met marie la main, violieren, vuistvogelen, naar de Gamma gaan.
- Geslachtsgemeenschap: de oudste beweging ter wereld maken, de indianendans doen, een partijtje gemengd dubbel spelen, ring dinge dinge doen, fietsen, fierljeppen, de puddingbuks doorladen, de voortuin aanschoffelen, doktertje spelen, uw mannelijkheid in het geding brengen, batsen, bekennen (bijbels), biechten, bijslapen, consumeren, dammen, doorblaffen, een doppie maken, een natte neus halen, één vleesch worden, flenzen, in de suikerpot roeren, (de auto) inparkeren, joepen, ketsen, kezen, kieren, knibbeltje en bibbeltje spelen, paalzitten, poepen (alleen in België), poereloeren, pompen, pruimen op sap zetten, soppen, sporten, teletubbiën, tjoppen, tot iemand ingaan (bijbels), van bil gaan, van de grond gaan/komen, van Wippestein gaan, vogelen, vossen, vruchten plukken, weipalen heien.
- Een erectie (hebben): Jan van Gent, jacky, een Duitse helm op oorlogspad, een geweer in de aanslag, een spier hebben, een opgezet tentje, kapstok, mast, staander, ODOL (Ontzettend Dikke Ochtend Lul), strakke plasser, stramme kabouter, lantaarnpaal, batterij erin hebben, hard latje.
- Penis: Jaap Stam, Wicked Willy, de kleine generaal, Alfred Jodocus Kwak (“Hij komt een druppel later”), amusementssector, Bello, blanke vlablaffer, speelstok, blauwaderige yoghurtpomp, bout, brandslang, broer, Calippo, Curaçaoenaar, derde been, Dikkie-dik, elfde vinger, Harry, fikkie, Filiberke, Frederik, genotsknots, Gerrit, geweer, handvat, hengel, hoogteroer, ijsje, Jan zonder handjes, Johnny, Jommeke, jongeheer, jongensvagina, joystick, kaneelstok, kindermaker, klok-en-hamerspel, knakworst, lange willy, lans, lat, loeres, loert, mannelijkheid, middelste vinger, mik, , piel, pieleman, pielemuis, pieterman, poereloere, pook, potlood, puddingbuks, robbeklopper, rammelaar, rinus, roede, roer, schachtenduiker, sergeantmajoor, sjors, sjimmie, slagwerk, , slinger, slurf, sniggel, snikkel, staafmixer, stratenmakersstoetje, stijselaar, suske, tamp, tampeloeris, tuinslang, vleeslolly, vleessabel, vruchtbare lucifer, vogel, wiebel, wiedel, Willy Wortel, zwager.
- Vagina: Brievenbus, vismarkt, speelhal, Kees, Annemarie, hamportemonnee, buiksloterhammetje, doos, gleuf, speelhal, floppydrive, foef, friemel, inkomen, kano, koffieboon, Marianentrog, perzik, pissemuis, pruim, prut, schacht, schede, schoorsteen, spelonk, spons, tocht, tuinboontje, utteflut, vermaak, wiske, zure geul, la, sloot, dot, slof, koelie, druipgrot, mösj (Limburgs voor mus), miemel, garage, vleesbloem |